Dertig jaar lang was Japan de goedkoopste financieringsbron ter wereld. Dat geld ging naar Amerikaanse staatsobligaties, technologieaandelen en opkomende markten. Nu de rente in Tokio voor het eerst sinds 1997 boven de 2,8 procent staat, komt een deel ervan terug. En dat is niet alleen een Japans verhaal.
Voor het laatst op dit niveau op 29 mei 1997. Dieptepunt: min 0,30 procent in juli 2016.
De grootste inzet op een zwakkere yen in ten minste vijf jaar.
Beide cijfers gaan over hetzelfde. Het eerste zegt dat lenen in Japan niet langer gratis is. Het tweede zegt dat beleggers desondanks nog nooit zo groot hebben ingezet op een zwakke yen.
Daartussen zit de carry trade: de handel waarbij u leent in een valuta met lage rente om te beleggen in een valuta met hoge rente. Dertig jaar lang was de yen daarvoor de aangewezen munt. Wat er gebeurt als die aanname wegvalt, hebben we in augustus 2024 één keer kunnen zien. Sindsdien is de opbouw alleen maar groter geworden.
Twaalf jaar onder één procent
In september 1990 stond de Japanse tienjaarsrente op 8,1 procent, het hoogste punt in de reeks die het Japanse Ministerie van Financiën sinds 1974 bijhoudt. Het was het laatste wapenfeit van een economie die op dat moment al aan het instorten was. De Nikkei had negen maanden eerder gepiekt op 38.915 punten. Het duurde tot februari 2024 voordat die stand werd teruggehaald. Vijfendertig jaar.
Wat volgde is de langste renteafdaling die een ontwikkeld land ooit heeft doorgemaakt. In 1999 voerde de Bank of Japan als eerste centrale bank ter wereld een nulrentebeleid in. In 2001 begon ze met kwantitatieve verruiming, jaren voordat de rest van de wereld het woord kende. In 2013 volgde Abenomics, in 2016 een negatieve beleidsrente en beheersing van de rentecurve.
De cijfers uit die periode zijn lastig voor te stellen. De Japanse tienjaarsrente stond op 6 april 2012 voor het laatst boven één procent en kwam daar pas op 21 mei 2024 weer boven: 4.428 dagen aaneengesloten, ruim twaalf jaar. Op 27 juli 2016 bereikte de rente een dieptepunt van min 0,297 procent. Wie de Japanse staat toen tien jaar geld leende, betaalde daarvoor. In totaal noteerde de tienjaars 453 handelsdagen onder nul.
Voor Japanse spaarders was dat een ramp. Voor iedereen die geld wilde lenen, was het een uitnodiging.
Lenen waar het gratis is
Het mechanisme is eenvoudiger dan de naam suggereert. Leen in yen tegen bijna niets. Wissel de yen om in dollars. Koop iets dat wel rendement geeft. Incasseer het verschil. Zolang de yen niet in waarde stijgt, is dat vrijwel gratis geld.
Waar dat geld naartoe ging, is bekend: Amerikaanse staatsobligaties, Amerikaanse technologieaandelen, obligaties uit opkomende markten. Wat niemand precies weet, is hoe groot de stroom is, omdat het antwoord volledig afhangt van wat u meetelt.
| Wat u meet | Omvang |
|---|---|
| Speculatieve posities in de valutamarkt | ± $261 mrd |
| Inclusief bankfinanciering en beleggingsstructuren | $260 – $1.000 mrd |
| Alle buitenlandse activa van Japanse beleggers | ± $4.500 mrd |
Schattingen van onder meer het IMF, de BIS en marktpartijen. De spreiding komt niet door meetfouten maar doordat er geen afgesproken definitie is van wat wel en niet meetelt.
De speculanten zijn niet het hele verhaal. Ze zijn niet eens het belangrijkste deel. Japanse pensioenfondsen en levensverzekeraars houden samen ongeveer 4.500 miljard dollar aan buitenlandse activa aan. Zij deden dat niet uit speculatie maar uit noodzaak: met een binnenlandse rente van nul en verplichtingen die decennia vooruitlopen, moest het rendement ergens anders vandaan komen.
Het verschil tussen 261 miljard en 4.500 miljard is de kern van dit verhaal. De speculatieve trade is klein genoeg om te absorberen. De structurele kapitaalstroom is dat niet.
Augustus 2024: hoe het eruitziet als het misgaat
Op 31 juli 2024 verhoogde de Bank of Japan haar beleidsrente naar 0,25 procent. Gecombineerd met tegenvallende Amerikaanse arbeidsmarktcijfers verloor de Nikkei in één handelssessie meer dan twaalf procent. De S&P 500 zakte ongeveer drie procent. Japanse aandelen daalden binnen enkele dagen zo'n twintig procent vanaf hun piek.
Naar 0,25 procent. Het loont om dat cijfer even te laten staan. De Japanse beleidsrente ligt inmiddels op één procent.
De reden dat het zo snel gaat, zit in het mechanisme zelf. Wie zijn positie sluit, moet yen terugkopen om zijn lening af te lossen. Dat versterkt de yen. Een sterkere yen maakt de resterende posities duurder. Dat dwingt anderen ook te sluiten. Het is een lus die zichzelf voedt en die geen nieuwe aanleiding van buitenaf nodig heeft om door te gaan.
De obligatiemarkt liet in diezelfde dagen zien wat er onder de motorkap gebeurde. De Japanse tienjaarsrente daalde van 1,07 procent op 31 juli naar 0,78 procent op 5 augustus, bijna dertig basispunten in drie sessies. Kapitaal dat wereldwijd werd teruggehaald, kwam thuis terecht.
De rente thuis is niet nul meer
Wat er nu gebeurt is fundamenteler dan de schok van 2024. Toen was het een positiecorrectie. Nu verandert de rekensom zelf.
De opmars is snel gegaan. Eind 2021 stond de Japanse tienjaars op 0,09 procent. Vier jaar later op 2,07 procent.
| Ultimo | Tienjaarsrente | Dertigjaarsrente |
|---|---|---|
| 2021 | 0,09% | 0,69% |
| 2022 | 0,45% | 1,58% |
| 2023 | 0,65% | 1,66% |
| 2024 | 1,11% | 2,25% |
| 2025 | 2,07% | 3,35% |
| 31 juli 2026 | 2,80% | 3,98% |
Bron: Japanse Ministerie van Financiën. De dertigjaars piekte op 4,04 procent op 19 mei 2026, het hoogste niveau sinds die reeks in 1999 begon. Het verschil tussen dertig en tien jaar liep op van 60 basispunten eind 2021 naar 118 nu.
Voor een Japanse levensverzekeraar verandert dat alles. Bij bijna drie procent thuis hoeft u geen valutarisico meer te nemen om uw verplichtingen te dekken. Voor een levensverzekeraar is dat een balansbeslissing. Zulke beslissingen worden zelden teruggedraaid.
En dus komt het geld terug
In het eerste kwartaal van 2026 verkocht Japan bijna dertig miljard dollar aan Amerikaanse staatsobligaties, het snelste tempo in vier jaar. Dat cijfer krijgt pas betekenis met de noemer erbij. Japan bezit ongeveer 1.200 miljard dollar aan Amerikaanse staatsobligaties, ruwweg dertien procent van alle Amerikaanse staatsobligaties in buitenlandse handen. Daarmee is Japan de grootste buitenlandse schuldeiser van de Verenigde Staten. China, de nummer twee, zit rond de 760 miljard dollar en bouwt zijn positie al jaren af.
Hier wordt een Japans verhaal een Amerikaans verhaal. Verandert een koper van die omvang in een verkoper, dan moet Washington zijn tekort ergens anders vandaan halen. Dat kost geld. TD Economics formuleert het nuchter: Japanse beleggers passen hun portefeuilles doorgaans geleidelijk aan in plaats van via gedwongen verkoop, maar zelfs een ordelijke aanpassing legt opwaartse druk op de Amerikaanse termijnpremie.
Geleidelijk is niet hetzelfde als pijnloos. De grootste buitenlandse financier van de Amerikaanse staatsschuld heeft voor het eerst in dertig jaar een aantrekkelijk alternatief thuis.
Washington verdedigt de yen
Hoe serieus de autoriteiten dit nemen, bleek op vrijdag 31 juli 2026. De Amerikaanse Treasury kocht die dag yen om de Japanse munt te steunen: de eerste gezamenlijke interventie met Tokio in meer dan tien jaar en de eerste gecoördineerde yen-aankoop van beide landen sinds 1998. De yen noteerde op dat moment rond een veertigjarig dieptepunt.
Japan zette naar schatting 52,8 miljard dollar in. Het Amerikaanse bedrag is niet officieel bekendgemaakt, maar een foto van het notitieblok van minister Bessent tijdens een kabinetsbijeenkomst toonde de regel "Buy Japanese Yen (JPY) 5-10 bil".
Het opvallendste detail zit in de uitvoering. De New York Fed verkocht euro's om die yen te kopen, geen dollars. En de Fed stelde de Japanse autoriteiten via een bestaande faciliteit in staat dollars te lenen tegen onderpand van staatsobligaties, in plaats van die obligaties te moeten verkopen. Beide keuzes dienen hetzelfde doel: de yen steunen zonder dat er Amerikaanse staatsobligaties op de markt komen.
In die ene handeling zit dit hele verhaal samengevat. De Amerikaanse minister van Financiën verdedigt een buitenlandse munt om zijn eigen obligatiemarkt te ontzien.
Wat de posities laten zien
Elke vrijdag publiceert de Amerikaanse toezichthouder CFTC hoeveel hedgefondsen netto op een sterkere of zwakkere yen inzetten. Het is de meest directe openbare meting van de carry trade die er is. De reeks laat zien wat de interventie van eind juli wel en niet heeft opgeleverd.
Op 30 juni van dit jaar stonden hedgefondsen netto 115.400 contracten short in de yen. Groter was die positie in ten minste vijf jaar niet, zelfs niet in juli 2024 met 110.635 contracten, vlak voor de klap die de Nikkei twaalf procent kostte. De trade was dus niet kleiner geworden. Hij was groter dan ooit.
De interventie had effect. In de week erna sneden hedgefondsen hun positie terug van 101.990 naar 60.825 contracten, ruim veertig procent in vijf handelsdagen. Dat was de op één na grootste wekelijkse beweging in de hele reeks sinds 2022. De grootste dateert van augustus 2024.
| Rapportdatum | Netto contracten | Weekmutatie |
|---|---|---|
| 30 juni 2026 | −115.400 | −18.308 |
| 28 juli 2026 | −101.990 | −5.805 |
| 4 augustus 2026 | −60.825 | +41.165 |
| 11 augustus 2026 | −53.070 | +7.755 |
| 18 augustus 2026 | −67.971 | −14.901 |
Een negatief getal betekent een inzet op een zwakkere yen. Bron: CFTC. De interventie vond plaats op vrijdag 31 juli; de meting van 4 augustus is de eerste erna.
Maar het bleef bij een onderbreking. In 2024 liep de afwikkeling volledig door: binnen vijf weken was de shortpositie zo goed als verdwenen en waren vermogensbeheerders zelfs netto long geworden. In 2026 stopte de beweging halverwege. Op 18 augustus, nog geen drie weken na de interventie, stond de positie alweer op 67.971 contracten short.
Een interventie kan posities opbreken. Ze kan niet de reden wegnemen waarom die posities worden aangegaan.
Wat u kunt volgen
Een aankondigingsdatum heeft dit verhaal niet. Meetpunten wel. Die zijn alle vier openbaar en gratis.
Meetpunt 1 · bijna geraakt
De Japanse tienjaarsrente. De grens is drie procent, een niveau dat sinds 1997 niet meer is gehaald. De stand was 2,80 procent op 31 juli en circa 2,88 procent eind augustus.
Waarom dit telt: hoe hoger de rente thuis, hoe minder reden een Japanse belegger heeft om valutarisico te nemen voor rendement in het buitenland.
Meetpunt 2 · in beweging
De wisselkoers dollar-yen. Rond de 160 komt Tokio in actie, zoals eind juli bleek. Boven dat niveau neemt de kans op nieuwe interventie sterk toe.
Waarom dit telt: interventie zelf verandert weinig, maar dwingt posities wel op korte termijn open te breken. Juist op dat moment schieten correlaties tussen beleggingscategorieën omhoog.
Meetpunt 3 · maandelijks
De TIC-cijfers van de Amerikaanse Treasury. Die laten zien of Japan doorverkoopt of dat het eerste kwartaal een uitzondering was.
Waarom dit telt: dit is de enige harde meting van de vraag of de repatriëring structureel is. Eén kwartaal is een gebeurtenis, vier kwartalen is een trend.
Meetpunt 4 · wekelijks
De CFTC-positiecijfers. Elke vrijdag om 21.30 uur Nederlandse tijd, met de standen van de dinsdag ervoor.
Waarom dit telt: het is de snelste indicator die er is. In 2024 was de omslag zichtbaar in de cijfers vóór de meeste commentatoren doorhadden wat er gebeurde.
Wat een belegger hiermee kan
De carry trade is niet dood. De positionering ligt boven het niveau van vlak voor de klap van 2024. Drie weken na een interventie die precies dat moest ontmoedigen, wordt de trade alweer opgebouwd. Wie een dramatische ontknoping op korte termijn verwacht, kijkt naar het verkeerde tijdsbestek.
Wat wel verandert, is de prijs. Voor het eerst in dertig jaar is Japans geld niet meer gratis. Die verschuiving voltrekt zich niet op één dag. Juist daarom is het gemakkelijk te missen. Maar het verschuift wel iets fundamenteels: wie de Amerikaanse staatsschuld financiert, tegen welke rente.
Wat er dan gebeurt, laat zich in twee bewegingen beschrijven. De ene is snel. Wordt de trade in korte tijd afgewikkeld, dan gaat dat zoals in augustus 2024: een sterkere yen, dalende koersen op meerdere beurzen tegelijk, binnen enkele weken gevolgd door herstel. Vervelend, maar overzichtelijk.
De andere is traag en waarschijnlijker. Japanse pensioenfondsen en verzekeraars houden ongeveer 4.500 miljard dollar aan buitenlandse activa aan omdat er dertig jaar lang thuis niets te verdienen viel. Nu daar wel iets te verdienen valt, verschuift die stroom stukje bij beetje terug. Dat gebeurt niet in één week maar over jaren, zonder krantenkoppen.
Het gevolg raakt niet in de eerste plaats Japan maar de landen die van dat kapitaal gebruikmaakten. De Verenigde Staten moeten een oplopend tekort financieren terwijl hun grootste buitenlandse schuldeiser voor het eerst een redelijk alternatief heeft. Verdwijnt die vraag geleidelijk, dan moet de Amerikaanse rente omhoog om andere kopers te vinden. En een hogere Amerikaanse lange rente werkt door in alles waar die rente de maatstaf is: hypotheken, bedrijfsleningen en de waardering van aandelen.
Een crashvoorspelling is dat niet, wel de constatering dat een prijs verandert die dertig jaar lang vaststond. Wie de komende jaren wil begrijpen waarom de Amerikaanse rente doet wat ze doet, kijkt niet alleen naar de Federal Reserve maar ook naar Tokio.
Verantwoording
Rentereeksen: Japanse Ministerie van Financiën, dagelijkse rentecurve staatsobligaties, 1974 tot 31 juli 2026. Positiecijfers: Commodity Futures Trading Commission, Traders in Financial Futures, futures only, contract Japanse yen op de Chicago Mercantile Exchange, categorie Leveraged Funds, 2022 tot 18 augustus 2026. Bezit van Amerikaanse staatsobligaties: Treasury International Capital System. Marktomvang van de carry trade: schattingen van IMF, BIS en marktpartijen. Interventie van 31 juli 2026: berichtgeving van CNBC, Axios en Fortune, plus commentaar van OMFIF. Doorwerking naar de Amerikaanse termijnpremie: TD Economics. Bewerkingen en berekeningen zijn van BOTS Capital.
Aandachtspunten bij de cijfers: de TIC-statistiek meet bezit via Amerikaanse bewaarnemers; effecten die in een derde land worden aangehouden, worden niet altijd correct aan het land van herkomst toegerekend. Het is een goede benadering, geen precieze meting. De CFTC-cijfers dekken alleen posities in beursgenoteerde futures en zeggen niets over carry-financiering via banken of over de veel grotere structurele kapitaalstroom van Japanse institutionele beleggers. Het Japanse interventiebedrag van 52,8 miljard dollar is een schatting; het officiële cijfer publiceert het Japanse Ministerie van Financiën eind september.
Dit artikel is informatief en bevat geen beleggingsadvies. Beleggen brengt risico's met zich mee. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.